Stadmaken niet voor de hippie few alleen

image_pdfimage_print

Economie, duurzaamheid, arbeid – Annemiek Onstenk –

Zij luisteren naar de naam stadmakers, timmeren flink aan de weg en vinden gehoor bij politiek en bestuur. Wat doen en vermogen zij?

Zoals je vroeger utopisten en idealisten en, later, activisten en wereldverbeteraars had, zijn er nu stadmakers. Zij werken aan een leefbare en duurzame omgeving. Zij leggen boomgaarden aan in woonwijken en geven leegstaande gebouwen een nieuwe, sociale functie. Stadmakers doen dat, zogezegd, bottom up en brengen actieve en betrokken burgers samen met ambtenaren, architecten, ontwerpers, ingenieurs en kenniscentra. Zij zijn Europees georiënteerd, daarom is de voertaal Engels. City Makers schrijven stadmakers met hoofdletters, net als het New Europa waar zij aan bouwen. Onlangs waren tientallen City Makers uit Europese steden in congres bijeen in het Amsterdamse Pakhuis de Zwijger. Hun vertegenwoordiger sprak de EU-ministers van Binnenlandse Zaken toe over de Urban Agenda. Tijd om stadmakers op hun waarde te schatten. Wat pretenderen, doen en vermogen zij?

Bewegingen, burgers, overheden, wetenschappers en organisaties werken al decennia aan leefbaarheid, duurzaamheid en een samenleving waar iedereen mee kan doen en erbij hoort. Verkrotte gebouwen en rommelige rafelranden worden sinds generaties nieuw leven ingeblazen. Zijn de doe-het-zelvers en burgerinitiatieven van nu jonge honden met aanstekelijke activiteiten of moeten wij hen een grotere betekenis toekennen?

Samen, positief en pro-Europa

Stadmakers gaan problemen te lijf als leegstand, vervuiling en democratisch tekort. Anders dan (voormalige) bewegingen van krakers, dierenactivisten en Occupy vormen stadmakers geen protest- of tegenbeweging. Evenmin gaat het hen om erkenning door of subsidie van de overheid. Ambtenaren kunnen zelf stadmakers zijn, op voorwaarde dat zij samenwerken op voet van gelijkheid. Stadmakers zijn eigenlijk ideale stakeholders (om in Engels jargon te spreken) van overheden. Eigen kracht en burgerparticipatie zijn immers de norm en de subsidiekraan is allang dicht. Bovendien zijn zij, oh zeldzaamheid, ook nog eens pro-Europa en dragen dat actief uit.

Doelen van stadmakers zijn samen bouwen en nieuwe vormen van democratie. Vandaar het veelvuldig gebruik van het voorvoegsel co-. In stadmakerjargon is samenwerken co-creating, co-designing, co-producing, co-housing, etc. Daarbij is het proces van experimenteren en oplossingen zoeken belangrijker dan het resultaat. Tijdens debatten over city making stellen stadmakers dat zij meer leren van best processes dan van best practices.

De power die city makers uitstralen is opvallend. Zij gaan gewoon aan de slag, zonder veel ideologische of politieke ballast. De toekomst van de stad is nu en maakbaar. In deze tijd, waarin grote bekken, haatcampagnes en doemdenkers (de democratie implodeert, Europese samenwerking strandt, etc.) de media beheersen, is die positieve energie verkwikkend.

Framing en inclusiviteit

Stadmakers presenteren zich als pioniers. Feitelijk opereren zij in de rijke traditie van buurtcollectieven, doe-het-zelvers, sociale vernieuwers, burgerinitiatieven en, laatste loot, startups. Woon-, werk- en wijkgemeenschappen die het anders/beter wilden doen, zijn er de hele sociale geschiedenis door geweest. Van utopisten via Ruigoord tot woongroepen voor wijze oude wijven.

Stadmakers beogen inclusie, dat wil zeggen dat iedereen die mee wil doen, meetelt en erbij wordt betrokken. Zo hebben onderwerpen als armoede en zorg voor allochtone ouderen zeker de aandacht. Maar deelnemers aan bijeenkomsten van stadmakers zijn bijna 100% wit & fit. De stad- & changemakers zijn niet zelden zelfstandigen die hun boterham verdienen met co-designing en co-producing. Ook worden al bestaande projecten en organisaties geframed als city making. Die initiatieven laten zich graag zo aanspreken als hen dat bekendheid of een goed netwerk oplevert, maar het frame is in die gevallen meer marketing dan making.

Inspirerende woongemeenschappen, moestuinen en alternatieve collectieve voorzieningen voorkomen bovendien niet dat grote steden onbetaalbaar worden voor gewone mensen. Het zijn eerder vrijplaatsen, geen praktijken om de groeiende ongelijkheid tussen haves en have nots te keren. In steden als London, Barcelona en Amsterdam spelen processen van gentrification, die lage en zelfs middeninkomens de stad ‘uit wonen’. Best haalbare optie lijkt dat stadmakers en anderen zorgen dat hun op zichzelf mooie projecten niet zelf bijdragen aan gentrification. Een überhip duurzaam tiny house van 38 m² doet bijvoorbeeld al gauw €700 huur per maand. Dat geeft druk omhoog op de vierkante huur/koopmeterprijs in de omgeving.

Ik bezocht dit voorjaar een gekraakte opslagruimte onder de Parijse ringweg Péripherique, waar activisten maaltijden bereiden van afgekeurd en weggegooid voedsel uit de stad. Gasten betalen wat ze het eten waard vinden of ervoor over hebben. De van kringloop afkomstige tafels zijn elke avond bezet, als ik er ben vooral met hipsters en bobo’s (bourgeois-bohémiens) die vanaf hun terrassen in centrum Parijs naar deze no go area trekken. Een duurzaam initiatief maar wel voor een exclusieve doelgroep, die het toch al redt in de maatschappij?

Gangmakers

Stadmakers zetten ook gewenste veranderingen in gang, zoals herovering van publiek domein op commerciële projectontwikkelaars en een flexibele opstelling van overheden. Lokale procedures wijken soms als ze sociale, duurzame of creatieve initiatieven in de weg staan. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de herinrichting van het vervuilde Buiksloterham in Amsterdam Noord. Als zij hiermee ook voor andere buurtinitiatieven de weg plaveien, is dat winst. De lokale overheid sluit zo aan bij initiatieven uit de samenleving; samen ontwikkelen zij nieuwe vormen van beheer en bestuur.

 

Stadsmakers zijn, concluderend, gangmakers die, op kleine schaal, publieke ruimte terugveroveren en sociale, duurzame voorzieningen creëren. De pretentie inclusief te zijn, lijken stadmakers niet waar te maken, evenmin als het dichterbij brengen van een Nieuw Europa.

Amsterdam, juli 2016