1

Onze innerlijke terrorist

– Blog – De afgelopen tien dagen zaten we in Parijs. Ik was er al lang niet meer geweest, maar de stad bleek nog steeds aangenaam zachtgeel en lekker licht stinkend.

Eén ding was duidelijk anders. Overal stuitten we op veiligheidsmaatregelen. De bewaker van de buurtsuper in Montmartre wilde onze tassen inzien voor we er kaas konden kopen. De deurpost van het stoffige Musée de la Vie Romantique vroeg hetzelfde voor we toegang kregen tot de gipshand van Chopin. Bij de ingang van het Musée d’Orsay stonden lange rijen voor de scanpoortjes, dranghekken en betonblokken maakten het onmogelijk de ingang van de Notre Dame goed te bekijken, en voor de tgv terug naar Amsterdam moesten we door een haag van schutkleurige soldaten met automatische wapens. Een van hen oogde zo jong en nerveus dat ik bang was dat iemand in de rij voor de grap allahu akbar zou roepen.

Fijn dat we dat in Amsterdam allemaal niet hebben, dachten wij nog. Maar eenmaal thuis bleek ons dat veel mensen dat helemaal niet fijn vinden. Ze willen betonblokken voor de Kalverstraat, en vinden het schandalig dat de burgemeester daar niets in ziet. Een briefschrijfster in de Volkskrant begon zelfs over onze Deltawerken, die ook pas ná de Watersnoodramp van 1953 tot stand waren gekomen. Anders gezegd: de terroristenvloed nadert, als we nu niet als de wiedeweerga betonblokbarricades opwerpen, zijn we hopeloos verloren!

Ik probeer het me voor te stellen, zo’n stad vol betonblokken. Want het blijft natuurlijk niet bij één gebarricadeerde straat. Zodra de Kalverstraat vrachtwagenveilig is gemaakt, zal de Nieuwendijk een plaatsvervangende aanslag vrezen. En liggen daar ook blokken, dan komt de winkeliersvereniging van de Heiligeweg met haar eisen op de proppen. En de Leidsestraat. Plus het Leidseplein, natuurlijk! Dan zal het Rembrandtplein niet achter willen blijven. Had ik de PC Hooftstraat al genoemd? Het Vondelpark lijkt me overigens ook een typische terroristenattractie. Blokken, blokken, overal!

En dan is de hele stad dus letterlijk geblokkeerd en kan het veilige gevoel beginnen. Heus? Ik krijg juist buikpijn van het enorme veiligheidsprobleem dat we dan hebben. Ambulances die nergens meer snel kunnen komen. Politiewagens die omwegen moeten maken. De brandweer die geregeld de eerste cruciale minuten van een binnenstadsbrandje mist. Om maar niet te spreken van de toeristenhordes die elkaar dan platdrukken tegen al die blokken. De Kalverstraat is de afgelopen jaren al een paar maal afgesloten omdat er te veel mensen waren en paniek dreigde. Een winkelstraat vol barricades is in zo’n geval natuurlijk dubbel dodelijk.

Maar het sterkste argument tegen de huidige roep om barricades lijkt mij toch wel dat de dreiging van het terrorisme een heel andere is dan die van het water. Wat water doet, is in zeer hoge mate voorspelbaar. We weten wanneer het springvloed wordt en hoe hoog de Hondsbossche en Pettemer Zeewering moet zijn om dan een doorbraak te voorkomen. Bovendien heeft water niet de capaciteit een plan-B en plan-C te ontwikkelen (‘oké, als de Hondsbossche echt niet lukt, doen we morgen een springvloedje bij Cadzand’). Zolang de overheid haar waterstaatstaak serieus blijft nemen – dát is nog eens een veiligheidszorg, wat mij betreft! – zit Holland wel goed.

Met terroristen is dat heel anders. Tegen de tijd dat heel Amsterdam, en daarna de rest van de Randstad, verbetonblokt is hebben zij hun vizier al lang verschoven. Ze plannen gewoon een aanslag in de supermarkt van Lutjebroek of op de markt van Lichtenvoorde. Geloof me: dat zal er pas echt inhakken, als we zelfs op zulke plekken niet meer veilig zijn.

Maar dat ik nu dit soort dingen denk, zegt al genoeg. Het betekent dat ook ik mij in terroristen begin te verplaatsen om potentiële aanslagdoelen te lokaliseren. Zo wordt zelfs het stationnetje van Workum een enge plek en kunnen terroristen hun terreur verspreiden zonder zelf nog maar iets te hoeven doen. Terreur is niet voor niets het Franse woord voor angst: je kunt er ook zonder concrete aanleidingen aan lijden.

Dat Eberhard van der Laan weigert naar die innerlijke terrorist te luisteren, siert hem.

Anne Pek